Religie subpagina — Jezus
|
||
|
Ons hart en gevoel zijn de ingang van de Eeuwige Vader. Ons zuivere gevoel is in staat ons feilloos te leiden. Jezus
Adam
Wat wij vooral van Jezus moeten leren is naastenliefde, maar ook eigenliefde. PORTRET VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUSIn een brief aan keizer Tiberius en de Romeinse Senaat, gepubliceerd door Fabricius, wordt Onze Heer door Publius Lentulus, Romeins proconsul in Judea en vriend van Pontius Pilatus, als volgt beschreven (deze man was overigens geen leerling van Jezus): Publius Lentulus aan Keizer Tiberius Gegroet! Hier is, o Majesteit, het antwoord dat u verlangt. Er is een man verschenen die een buitengewone macht bezit. Hij wordt de grote profeet genoemd. Zijn leerlingen noemen hem de zoon van god. Zijn naam is Jezus Christus. Ja, César, men hoort ieder dag wonderbaarlijke dingen vertellen over die Christus, die doden weer ten leven wekt, die alle ziekten geneest en heel Jeruzalem in verbazing brengt door zijn buitengewone leer. In zijn verwijten en zijn berispingen is hij gevreesd. In zijn lering en aansporingen is Hij zacht, beminnelijk, aantrekkelijk en onweerstaanbaar. Hij loopt blootsvoets en blootshoofds. Wanneer men hem van verre ziet, maakt hij een armzalige indruk, maar wanneer hij voor hen staat, siddert men en is men helemaal van zijn stuk. Men heeft hem nooit zien lachen, maar wel zien wenen. Allen die met hem in contact zijn geweest, zeggen dat ze gezondheid en andere weldaden van hem hebben ontvangen. Toch word ik bestookt door boze mensen, die zeggen dat hij groot nadeel berokkent aan Uwe Majesteit, omdat hij in het openbaar beweert dat zowel koningen als onderdanen voor god gelijk zijn. Laat mij dus uw bevelen horen. U zult onmiddellijk gehoorzaamd worden. P. Lentulus, Romeins Proconsul in Judea |
![]() |
|
|
|
||