Beauraing is een kleine plaats in het zuiden van de Belgische Ardennen, nabij de Franse grens. De omgeving is mooi en er zijn bezienswaardigheden, zoals het kasteel en de ruïne van Beauraing.
Beauraing is vooral bekend geworden door de verschijningen van de Heilige Maagd Maria.
Zij kwam daar vooral voor de bekering van de zondaars.
Wij, moderne mensen, geloven niet meer in zonden etc. Wij worden zo geleefd in deze hectische tijd, dat wij nauwelijks nog stilstaan bij geloofskwesties. Het zegt ons nauwelijks nog iets. Velen halen glimlachend hun schouders op bij de aangekondigde gebeurtenissen en feiten van de vele verschijningsplaatsen. Mensen die in deze hightech tijd hiervoor nog openstaan worden toch vaak als zwevers en ‘niet meer van deze tijd’ bestempeld.
Wat zonden zijn probeer ik uit te leggen op de pagina Zonden. Het is een heel ruim begrip en gaat geestelijk/spiritueel verder dan wij denken.
Het bedevaartsoord Beauraing op zich is niet echt een uitnodigende plek in tegenstelling tot Banneux ND. Op een regenachtige dag in het najaar biedt het zelfs een troosteloze aanblik. Ook het vele beton werkt niet sfeerverhogend.
Dat is geen toeval. Het heeft alles te maken met de bedoeling van Beauraing als bedevaartsoord voor de zondaars.
In de Litanie van de H. Maagd Maria wordt zij o.a. ‘Toevlucht voor de zondaars’ genoemd. Te Beauraing geeft Zij aan dat Zij de zondaars zal bekeren.
Hoe wij een zondaar in dit licht moeten zien is het best overdrachtelijk uit te leggen. De term ‘ziel’ is in onbruik geraakt, zoals zoveel oude wijsheden die plaats hebben gemaakt voor ‘modernere’ opvattingen.
Onze ziel, onze kern en essentie, onze waarachtige werkelijkheid moet wel zeer bijzonder en kostbaar zijn. Bij de talrijke verschijningen sinds de afgelopen 150 jaar wordt dat erg benadrukt.
Jezus zegt tegen ons m.b.t. ziel o.a.:
“...als een tedere Bruidegom zal Ik je ziel tooien met Mijn Schatten, maar als eerste, zal Ik je ziel tooien met Mijn Godheid; Ik zal je tooien als een koningin, majesteitelijk met de Naam en met Mijn absolute Tegenwoordigheid; Ik zal je ziel veranderen in een levend altaar...”
“...Ik zal jullie ziel matigheid, voorzichtigheid en rechtvaardigheid geven, standvastigheid en alles wat de ziel nodig heeft om meer te worden getooid, om te midden van Mijn engelen en met Mij te wandelen; dan zal Mijn Koninkrijk op aarde zijn hersteld...”
“...nee, niemand zou gelukkig kunnen zijn als zijn ziel alleen geboeid is aan de rijkdommen van de wereld; het resultaat zal bitter zijn als alsem;...”
“...Ik overlaad jullie allen met wonderen om jullie ziel te tooien en geschikt te maken voor Mijn Koninkrijk...”
“...je ziel verfraaiend om aldus getooid de gelijkenis met Mijzelf binnen te gaan...”
“...kan een ziel, die dood is, de Heilige Schrift begrijpen en haar in praktijk brengen als ze niet leeft ?...”
“...Als je eens wist hoe waardevol de zielen voor Mij zijn...”
“...daarom is de aarde vervallen en is jullie ziel, als een uitdovende ster die zijn glans heeft verloren, verduisterd...”
“...Heb je niet gehoord hoe Hij zielen door het lijden tot volmaaktheid brengt en dat lijden een deel is van jullie opvoeding...”
“...Als ze eens wisten in welke armzalige toestand hun ziel verkeert; als ze eens wisten hoe ze hun zielen kwetsen en verwonden...”
“...dieper wegzakken in de afschuwelijke diepten van de zonde. Als ze eens konden weten hoe hun ongerechtigheden hun ziel aantasten...”
bron: Het Ware leven in God
De welvaart en lange periode van schijnbare vrede heeft velen hoogmoedig en trots gemaakt.
Tekenen en gebeurtenissen — stroomuitval, kredietcrisis, rampen — die hen op andere gedachten moeten brengen schijnen hen niet of onvoldoende te raken.
De dorheid en hardheid van deze tijd, het grote egoïsme, de ontaarding zijn inderdaad als een geestelijke woestijn. Hebzucht, gemakzucht, egocentriciteit, geestelijke onzuiverheid en ontrouw hebben deze wereld gemaakt totdat wat zij nu is.
Nu de ontaarding van velen, waaronder vele jongeren, grotere gevolgen heeft voor het welzijn en veiligheid, gaan wij ons steeds ongemakkelijker voelen.
Nee, de inrichting van het heiligdom Beauraing is niet toevallig zo als die is. Het voldoet geheel aan de gebruikte beeldspraak in de Bijbel en sommige openbaringen.
Het enige mooie gebouw is de Genadekapel en biechtruimte. Ook treffend gekozen. Op die plek kunnen wij een begin maken met onze zuivering en spiritueel herstel.
Beauraing is een bedevaartsplaats die in deze tijd als een van de belangrijkste kan worden gezien. Meer dan ooit is de mens ontaard en heeft hij zich verlaagd tot een heel bedenkelijk niveau.
Maar ook dat was al in Bayside New York ND in de jaren zeventig van de vorige eeuw door de H. Maagd Maria voorzegd: “Er zal een tijd komen dat de mens de zonde niet meer als zodanig zal herkennen omdat het een levenswijs is geworden.”
Wat ook opvalt te Beauraing is het feit dat de kinderen als het ware gedwongen werden te knielen. Zij raakten hierbij echter niet gewond.
Dit feit is ook weer treffend; indien de hoogmoedige mens niet uit eigen beweging tot inzicht komt en knielt, zal hij op zijn knieën gedwongen worden door de toekomstige gebeurtenissen en het ermee gepaard gaande lijden.
Te Bayside ND New York, zegt Onze Lieve Vrouw hierover: “Ge zult op de knieën gedwongen worden en dan eerst, in de tijd van de grote beproeving zult ge u bekeren en Licht verlangen.” (17-4-1976)
Maria, de Moeder van Jezus, verscheen aan 5 kinderen. Uit het gezin Degimbre de 15 jarige Andrée en de 9 jarige Gilberte. Uit het gezin Voisin de 15 jarige Fernande, de 13 jarige Gilberte en de 11 jarige Albert.
Zij verscheen 35 keer. De eerste keer op 19 november 1932 en de laatste keer op 3 januari. 1933.
Zoals altijd worden verschijningen in twijfel getrokken en de zieners niet geloofd. Nu is een kritische houding niet verkeerd. Iedereen kan wel vertellen dat een verschijning heeft plaatsgevonden.
Maar authentieke verschijningen gaan altijd gepaard met bijzondere tekenen. Dat was in Fatima en in Lourdes ook het geval.
Op de eerste verschijningsdag, dinsdag 29 november 1932, zien de kinderen ‘s avonds in de tuin van het pensionaat van de nonnen plots een in het wit geklede Dame zweven. De kinderen reageren geschrokken. Angstig rennen de kinderen naar huis.
De ouders willen niet dat zij erover spreken. Maar de gebeurtenis wordt desondanks snel bekend in het dorp.
Op woensdag, 30 november 1932, weer rond 18.30 uur, zien ze alle vijf de Verschijning boven het spoorwegviaduct in de ruimte zweven. Zij kijken er nu iets beter naar en zien de schoonheid ervan.
Om de kinderen te beschermen tegen fantasie en zelfbedrog worden zij behoorlijk hard aangepakt.
Op donderdag, 1 december 1932 gaan de moeders Degimbre en Voisin met de kinderen mee naar de tuin van het pensionaat en doorzoeken alles. Hoewel zij zelf niets zien, zien de kinderen de Verschijning en vallen hard op hun knieën.
Het lijkt wel of zijn gedwongen worden te knielen. Toch raken zij niet gewond.
De kinderen beginnen spontaan te bidden, doch de moeders blijven kritisch en zien zelf niets. De Verschijning verdwijnt plotseling en de kinderen reageren teleurgesteld.
Ook Moeder Overste van het pensionaat berispt de kinderen.
Op vrijdag, 2 december 1932, gaat de Verschijning onder de takken van de meidoornhaag staan. Albert vraagt wat Zij van hen verlangt. “Dat zij heel braaf zijn”. “ja, wij zullen heel braaf zijn”, antwoorden de kinderen.
Later die avond verschijnt Zij opnieuw en op dezelfde vraag van de kinderen volgt hetzelfde antwoord.
Als de 5 kinderen op zondag, 4 december 1932, bij het hek van het pensionaat komen, worden ze weer op hun knieën gedwongen. Ze bidden een aantal Weesgegroeten.
Albert vraagt: “Welke dag moeten wij komen?” De Verschijning antwoordt: “Op de dag van de Onbevlekte Ontvangenis.”
Fernande vraagt nu op haar beurt: “Moet men u een kapel doen bouwen?” Waarop de Verschijning bevestigend antwoordt.
Op maandag, 5 december 1932, nemen de kinderen meteen na aankomst om 18.30 uur de Verschijning waar.
Albert vraagt: “Indien gij ons een gunst verlenen wilt, doe dan de wonderen overdag.” Geen antwoord. Albert herhaalt dezelfde vraag. Nog geen antwoord.
De kinderen gaan huilen, omdat Zij niet antwoordt. Albert vraagt: “Maar wanneer dan?” Antwoord: “ ‘s Avonds.”
Albert antwoordt: “Ja, wij zullen dan terugkomen.” ‘s Avonds gaan de kinderen terug. Alle vijf vallen weer zoals altijd op de knieën en bidden met hoge stem. Na een poosje staan de kinderen op en zeggen: “Zij is verdwenen.” Meteen daarop vallen zij weer op de knieën omdat de Verschijning kort was teruggekeerd.
Er gingen al behoorlijk veel mensen met de kinderen mee.
Op dinsdag, 6 december 1932, zijn er ‘s avonds weer twee verschijningen, de eerste rond 18.00 uur, meteen na aankomst van de kinderen.
Albert vraagt: “Op welke dag moeten wij komen?” Zij antwoord: “Op de dag van de Onbevlekte Ontvangenis.” Zij blijft dan voor het eerst gedurende het bidden van een rozenhoedje (5 Onzevaders en 50 Weesgegroetjes).
Deze avond toont Zij ook voor het eerst de rozenkrans. Hij hangt, zoals ook al de volgende dagen, aan Haar rechterarm. Het onderste gedeelte met het kruisje en nog een ander gedeelte, wat hoger, zijn verborgen in de plooien van het kleed.
Rond 21.00 uur hebben de kinderen de tweede verschijning gedurende de tijd van 10 Weesgegroetjes.
Op woensdag, 7 december 1932, blijft Zij weer gedurende de tijd van een heel rozenhoedje.
Op donderdag, 8 december 1932 is er een grote mensenmassa op de been. Met autobussen en treinen zijn velen gekomen uit de wijde omgeving.
Om drie uur ‘s middags is de omgeving vol mensen. Politieagenten bewaren de orde. Bij de meidoornstruik is het één vuurzee van kaarsen. Toch worden de hekken met veel moeite gesloten en de kaarsen gedoofd.
De agenten blijven patrouilleren op het eigendom van de zusters, om te voorkomen, dat men zich weer toegang verschaft.
Om 18.00 uur komen de kinderen. “Zij is er!” Zij verschijnt opnieuw, en is nog mooier dan de vorige keren. De kinderen vallen weer allen tegelijk op de knieën, bidden het hele rozenhoedje met het Onze Vader en het Eer aan de Vader, terwijl zij de andere dagen alleen Weesgegroeten baden.
Gedurende de hele tijd van het rozenhoedje is Zij aanwezig. Zij is buitengewoon schoon en glanzend. Zieke aanwezigen smeken om genezing. De kinderen stellen geen vragen.
Duizenden mensen wonen de Verschijning bij. Dr. Lurquin, Dr. Goethals en Dr. Maistriaux doen enige proeven, waaruit een sterk verminderde gevoeligheid van de kinderen zou gebleken zijn.
Zo laten zij een elektrische lamp aan hun ogen voorbijgaan.
Een dokter steekt een van hen behoorlijk diep met een naald.
Ook legt hij een brandende lucifer op de hand van het meisje; de lucifer brandt op, maar er is geen teken van gevoeligheid waar te nemen.
Als de kinderen na afloop dit alles horen, zijn zij zeer verwonderd; er is ook geen spoor van een brandplek te zien. Er was sprake van een duidelijk extase.
Later, om 21.15 uur keren de kinderen terug met de vaste hoop de Verschijning te zullen zien. Zij zien de Verschijning niet. Een grote menigte was ook toen nog aanwezig.
De vier volgende dagen (vrijdag, zaterdag, zondag en maandag) heeft er geen verschijning plaats.
Op dinsdag, 13 december 1932, vallen de kinderen na twee of drie minuten wachten plotseling hard op hun knieën. Na vijftien Weesgegroeten verdwijnt Zij in het midden van het Weesgegroet.
Op woensdag, 14 december 1932, verschijnt Zij gedurende vijftien Weesgegroeten.
Op donderdag en vrijdag komen de kinderen hun rozenhoedje bidden, maar hebben geen verschijning.
Op zaterdag, 17 december 1932, komt de Verschijning na vijf minuten. De kinderen bidden een tientje en zeggen Haar: “Op verzoek van de geestelijkheid vragen wij u, wat gij wilt.” Zij antwoordt: “Een kapel.”
De kinderen antwoorden tegelijk door elkaar: “Ja, wij beloven het u.” Men bidt nog enige Weesgegroeten, waarna Zij weer verdwijnt.
Op zondag, 18 december 1932, komen de kinderen het rozenhoedje bidden, maar heeft er geen verschijning plaats.
Op maandag, 19 december 1932, verschijnt Zij tien minuten na aankomst van de kinderen. Bij het 39e Weesgegroet verdwijnt de Verschijning.
Op dinsdag, 20 december 1932, verschijnt Zij 17 minuten na hun aankomst en blijft gedurende het bidden van 29 Weesgegroeten aanwezig.
Op woensdag, 21 december 1932, verschijnt Zij na het begin van het derde tientje. Na een tijdje stellen de kinderen de vraag: ”Zeg ons, wie gij zijt.” De drie oudste kinderen verstaan duidelijk: “Ik ben de Onbevlekte Maagd.”
Donderdag, 22 december 1932, vallen op een gegeven ogenblik de vier meisjes tegelijk op hun knieën.
Albert knielt wat later, op gewone wijze. Hij verklaart later dat hij geen verschijning heeft gehad.
De vier meisjes zagen Haar wel. De kinderen waren goed van elkaar afgezonderd door getuigen, ook op het ogenblik dat Zij verscheen.
Op vrijdag, 23 december 1932, ziet Albert weer niets.
Als Fernande aan de Verschijning vraagt waarom ze in Beauraing verschijnt, dan zegt Zij alleen tegen Fernande: “Ik zou een kapel willen, opdat men hier op bedevaart komt!”
Op donderdag, 29 december 1932, is het aantal toeschouwers tot 8000 gestegen. Het aantal artsen neemt met de dag toe. De vijf kinderen zien weer de Verschijning.
Fernande verklaart deze avond een met licht omgeven Gouden Hart gezien te hebben op het ogenblik dat de Verschijning de armen opende. De andere kinderen hebben het hart niet waargenomen.
Op vrijdag, 30 december 1932, verschijnt Zij aan de vijf kinderen.
Fernande en Gilberte Voisin en Andrée Degeimbre hebben het stralend Gouden Hart gezien op het ogenblik dat Zij Haar armen opende om te verdwijnen.
Albert verklaart, dat hij zeker op dat ogenblik ‘iets’ gezien heeft, ‘iets schitterends’, wat hij niet duidelijk heeft kunnen onderscheiden.
De kleine Gilberte Degimbre huilt, wanneer zij thuiskomt, omdat zij het Gouden Hart niet heeft mogen zien.
Men had opgemerkt, dat Fernande gedurende de verschijning een ogenblik het gebed had onderbroken. Zij verklaarde later dat de Verschijning op een gegeven ogenblik gezegd had: “Bidt, bidt veel”.
Op zaterdag, 31 december 1932, vinden drie verschijningen plaats. De eerste verschijning heeft plaats rond 18.30 uur. Alle vijf de kinderen zien het stralend Gouden Hart.
Rond 21.45 uur komen de kinderen terug, en heeft de tweede verschijning plaats. Een van de kinderen stelt daarna voor nog een rozenhoedje te bidden om O. L. Vrouw te bedanken. Daarna zien zij opnieuw de Verschijning.
Maandag, 2 januari 1933. Zij verschijnt aan de vijf kinderen.
Fernande heeft duidelijk gehoord: “Morgen zal ik iets zeggen aan ieder uwer in het bijzonder.”
Men merkte ook op dat Fernande gedurende de verschijning een ogenblik haar gebed heeft onderbroken.
Gilberte Voisin ziet deze avond de Verschijning gedurende achttien Weesgegroeten, Fernande gedurende vijftien Weesgegroeten, Gilberte Degeimbre gedurende veertien en een half Weesgegroet, en Andrée en Albert gedurende veertien Weesgegroeten. De kinderen zien allen het Gouden Hart.
Op dinsdag, 3 januari 1933, is de dag van de laatse verschijning.
Op deze dag worden de belangrijkste mededelingen door Haar gedaan.
Albert ontvangt een geheim, dat hij altijd heeft bewaard.
Aan zijn zusje Gilberte geeft Zij de grote belofte van Beauraing: “Ik zal de zondaars bekeren.”
Zij tegen Andrée: “Ik ben de Koningin van de Hemel en de Moeder van God; bid altijd.”
Aan Fernande tenslotte, die bij deze verschijning aanvankelijk niets waarnam en daarom langer door was gegaan met bidden zegt Zij: “Houd je van Mijn Zoon?...Houd je van Mij? Offer je dan voor Mij op!”
Allen horen zij Haar zeggen: “Adieu!”
http://beauraing.catho.be/ is de officiële site. U kunt de Nederlandse taal kiezen
U vind hier meer informatie.
Voor informatie kunt u terecht bij de Nederlands sprekende
E.H. Chris Butaye (kapelaan) : 6, rue de l'Aubépine B-5570 Beauraing,
emailadres: chris_butaye@hotmail.com
Telefoon: 0032 486 618398
Voor het organiseren van een bedevaart en voor het tijdschrift “La voix de Beauraing” kunt contact opnemen met het secretariaat van het Heiligdom, Rue de l'Aubépine, 6 B - 5570 Beauraing.
Telefoon: 0032 82711218
Fax: 0032 82714075