Een gelovige geest
Een gelovige geest,...
Na zijn aardse bestaan ontdaan van de stof...
In het aanschijn van het licht,...
Schitterend, een onvergankelijke schat,...
Een parel,...
Kleuriger, mooier, het oog strelend,...
Het Eeuwige Licht weerkaatsend,...
Anderen verlichtend,...
De duisternis verdrijvend,...
Het Licht verspreidend,...
Parels,...
Bundels van licht,...
Een snoer,...
Onverwoestbaar,...
Onvergankelijk,...
De paden naar gene zijde verlichtend,...
Vertrouwen gevend, rustgevend,...
Jezus leer ons reeds in dit leven zulke parels te zijn.
© FP 1989
Parels van Licht
Alles is één. De afscheiding bestaat alleen in ons hoofd.
Wij moeten de mens bezien in het licht van zijn eeuwigdurende evolutie. Tracht het kortzichtige aardse denken los te laten.
Ons aardse leven is slechts een klein gedeelte is van onze totale evolutie. Het is een groeimoment en een zuiveringsfase.
Als ons denken verandert zal het geloof toenemen op basis van vertrouwen en een diep innerlijk, niet beredeneerbaar weten. Wat leeft in en door Gods geest is zo omvangrijk, zo machtig dat wij dit niet in woorden kunnen ‘vangen’.
Probeer het zo te zien. Indien wij zeggen: “Dit is een tafel”, dan houdt zulks automatisch in dat het geen stoel of paard is. Wij hebben het voorwerp tafel als het ware gevangen in het woord tafel.
Wij kunnen niet zeggen dit is God of dat is God, omdat God niet in een woord is te vangen. Elk woord zou een beperking betekenen van de onbeperktheid van Gods Geest.
Mensen die een bovennatuurlijke ervaring hebben gehad zijn doorgaans niet in staat om dit op anderen over te brengen. Het is letterlijk niet in woorden uit te drukken omdat er gewoon geen woorden voor bestaan.
Uit eigen ervaring weet ik dat het soms lang kan duren voordat er woorden voor zijn ‘gevonden’.
Wij zijn spiritueel en geestelijk nog zó laag ontwikkeld om alles te kunnen vatten. Daarom is geloof en vertrouwen noodzakelijk. Een kind vertrouwt er ook op dat moeder de waarheid spreekt en altijd daar is met haar onvoorwaardelijke liefde en zorg. Het gelooft moeder zonder voorbehoud.
Let wel, het geloof ten aanzien van God dient een onbevangen geloof te zijn dat erop vertrouwt dat de geestelijke wereld over ons waakt. Dat is iets anders dan goedgelovigheid of vermetel vertrouwen.
De weg naar deze geesteshouding van geloof en vertrouwen is niet makkelijk. Wij klampen ons bij het minste of geringste weer vast aan het oude vertrouwde, omdat wij niet écht hebben losgelaten en niet echt vertrouwen en geloven.
Dat is dan ook een van de redenen dat wij hier beproefd worden als een heel kostbaar stukje edelmetaal dat in de smeltoven van het leven gezuiverd wordt van alle onzuiverheden. Door de beproevingen leren wij onze sterke en zwakke eigenschappen kennen en kunnen wij bepalen waar wij staan. Wij worden er wijzer en rijper van.
Gebed en geloof moeten gebaseerd zijn op een diep innerlijk weten, niet op basis van geestelijke onvolwassenheid van waaruit wij behoefte hebben aan een vader en moederfiguur of een grote broer.
Bidden en een kaarsje branden op basis van angst en onzekerheid omdat wij het gevoel hebben het niet aan te kunnen is dan ook niet geheel juist.
Wij moeten dat doen op basis van vertrouwen dat wij hoe dan ook kracht en hulp krijgen.
Het is echter een fase waar iedereen wel doorheen gaat. Wij blijven in menig opzicht toch kinderen.
Een oude man wordt niet weer kinds. Neen, hij was altijd al kind, doch kan het masker van ‘volwassenheid’ niet meer ophouden.
Wel dienen wij geduld met onszelf te hebben. Wij moeten gestaag aan onszelf werken.
Bedenk dat voor God één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag zijn. Tijd is een mensenmaaksel. Het bestaat niet echt. Ons tijdgevoel is ook nog eens erg subjectief.
Onze werkelijke waarde wordt bepaald door de hoeveelheid geestelijk licht welke wij in onszelf hebben opgebouwd. Onze uitstraling die onzichtbaar is voor het stoffelijke oog en enkel via ons gevoel waarneembaar is.
Ook voor de geest is het zichtbaar; dus voor de entiteiten (mensen) die aan gene zijde van het graf leven.
Hoe zuiverder wij zijn, hoe meer licht wij uitstralen of beter gezegd des te meer straalt Gods Licht door ons heen. Ons ego is het grote obstakel voor God om Zijn Licht door ons heen te laten stralen.
Aan gene zijde wordt ons licht voor onszelf duidelijk. Het is ook bepalend voor de sfeer waar wij verder leven.
Wij trekken vanzelf gelijkgestemde mensen aan. Naarmate wij meer licht uitstralen trekken wij ook mensen aan die hulp nodig hebben. Niet enkel mensen die nog in de stof leven, doch ook entiteiten.
Wij zijn dan net vuurtorens die in de donkere nacht licht utstralen, waar de schepen zich op richten om de veilige haven te bereiken.
Onze zuivere gedachten, ons gebed, onze goede gesprekken met anderen wijzen als het ware de weg naar het Licht. Wij zijn ons meestal niet bewust dat wij op die wijze hulp verlenen.
Er kunnen entiteiten aanwezig zijn die van ons willen leren of juist willen helpen. Wij zouden hogere entiteiten zien die alles in goede banen leiden en wij zouden lagere entiteiten zien die alle goede bedoelingen willen frustreren.
Er zijn vele niveaus of sferen in de geestenwereld. Het zijn de reinigingsoorden ook wel bekend onder de naam vagevuur of Hades.
Wij kunnen hier dus echte parels van licht zijn. Heel vaak gaan deze parels in lompen gehuld. Voor de meeste mensen blijven zij onzichtbaar en worden vaak miskend door de wereld. Dit komt omdat wij de waarde doorgaans afmeten aan de buitenkant.
Een rotte appel met bladgoud verguld heeft voor het oog dan ook véél méér waarde. Wij moeten dus door die buitenkant heenkijken.
Laten wij ons dus vrijwillig zuiveren en God toestaan door ons heen te stralen en te werken tot heil van onszelf en allen die op onze wegen gebracht worden, zichtbaar en onzichtbaar.
Top
|